1980. De twintigjarige Anne Teresa De Keersmaeker, leerlinge van de dansschool MUDRA, brengt in Brussel haar eerste eigen voorstelling, Asch. Een jaar later trekt zij naar New York om daar te studeren aan de Tisch School of the Arts. De invloed van de Amerikaanse postmoderne dans blijkt duidelijk in haar tweede productie, Fase, four movements to the music of Steve Reich (1982). Fase zorgt voor een internationale doorbraak.
In 1983 richt zij haar eigen gezelschap op, Rosas. De groep debuteert met het kwartet Rosas danst Rosas, dat samen met de muziek van Thierry De Mey en Peter Vermeersch tot stand komt. De relatie tussen dans en muziek wordt een constante in het werk van De Keersmaeker.
In die eerste jaren wordt het werk van Rosas geproduceerd door de artiestenvereniging Schaamte en / of het Kaaitheater (Brussel). Snel op elkaar volgt een reeks voorstellingen van een grote verscheidenheid: Elena's Aria (1984), Bartók / Aantekeningen (1986), de enscenering van Heiner Müllers theatertekst Verkommenes Ufer / Medea-material / Landschaft mit Argonauten (1987) en Mikrokosmos (1987), op live muziek van Béla Bartók en Györgi Ligeti.
Ottone, Ottone (1988), op L’Incoronazione di Poppea van Claudio Monteverdi, is de eerste dansproductie met groot ensemble. In Stella (1990), een kwintet op muziek van György Ligeti, integreert De Keersmaeker literaire bronnen (Goethe en Tennessee Williams). In Achterland (1990) wordt de muziek van Ligeti en Eugène Ysaÿe live uitgevoerd en visueel in het scènebeeld en het parcours van de dansers geïntegreerd.
Diezelfde verbondenheid met de muziek vinden we terug in ERTS (1992), maar ook het gebruik van video is hier opvallend. ERTS is de eerste productie van Rosas als dansensemble in residentie bij De Munt, de Nationale Opera in Brussel. Bij deze nieuwe situatie stelt Anne Teresa De Keersmaeker zich drie objectieven: het nog intenser maken van de relatie tussen dans en muziek, het uitbouwen van een repertoire en het opzetten van een nieuwe dansopleiding in België – MUDRA is immers in 1988 uit Brussel verdwenen.
Eind jaren tachtig is de erkenning voor het werk van Anne Teresa De Keersmaeker algemeen. Mozart Concert Aria's, un moto di gioia (1992) gaat in première in de Cour d'Honneur op het Festival d'Avignon. Peter Greenaway filmt in dat jaar Rosa, een op de maat van film geschreven choreografie. En het dansluik van het Holland Festival van 1993 is helemaal gewijd aan De Keersmaeker met een pak hernemingen en de première van Toccata.
De producties volgen elkaar snel op: Kinok (1994), een samenwerking met Thierry De Mey en het Ictus ensemble; Amor constante más allá de la muerte (1994); het Schönberg-programma Verklärte Nacht (1995), waarvan elementen verder werden uitgewerkt in Woud, three movements to the music of Berg, Schönberg and Wagner (1995).
In 1995 starten Rosas en De Munt met het internationale onderwijsproject P.A.R.T.S., wat staat voor Performing Arts Research and Training Studios.
Just Before (1997), op composities van Magnus Lindberg, John Cage, Yannis Xenakis, Steve Reich, Pierre Bartholomée en Thierry De Mey, koppelt dans en tekst. De Keersmaeker realiseert haar eerste operaregie, Hertog Blauwbaards Burcht (1998) van Bela Bartók. In Drumming (1998) vormt de percussiemuziek van Steve Reich de basis voor een gebalde, bijzonder energieke choreografie.
Ook in volgende producties onderzoekt De Keersmaeker, samen met haar zus Jolente, lid van Toneelspelersgezelschap STAN, het samengaan van taal, tekst, dans en muziek: Quartett (1999), een tekst van Heiner Müller; I said I (1999), een choreografie waarin de relatie tekst-beweging verder wordt uitgediept aan de hand van Peter Handke's toneeltekst Selbstbezichtigung (Zelfbeschuldiging); In Real Time (2000), een groot project waarbij alle dansers van Rosas, alle acteurs van STAN en de muzikanten van het jazzensemble Aka Moon samen op de scène staan.
Volgt een terugkeer naar de zuivere dans: Rain (2001), op Steve Reich’s Music for 18 Musicians; het intieme duet Small Hands (out of the lie of no) (2001), op muziek van Henry Purcell, gedanst door Cynthia Loemij en Anne Teresa De Keersmaeker zelf; (but if a look should) April me (2002), gecreëerd voor het hele gezelschap van 13 dansers; en de solo Once (2002) van Anne Teresa De Keersmaeker op muziek van Joan Baez.
Twintig jaar Rosas wordt gevierd met Repertoireavond (2002), waarin vier Rosas-klassiekers worden hernomen, en met hernemingen van Rain en Drumming met live muziek. In de grote productie Bitches Brew / Tacoma Narrows (2003) krijgt improvisatie voor het eerst ook op het podium een plaats. Met Kassandra (2004) onderzoeken Anne Teresa en Jolente De Keersmaeker opnieuw de relatie woord-dans. Het intieme duet Desh (2003) wordt in 2005 uitgewerkt tot een avondvullende voorstelling, gecreëerd en gedanst door Marion Ballester, Anne Teresa De Keersmaeker en Salva Sanchis, in een choreografie van De Keersmaeker en Sanchis. Laatstgenoemde choreografeert ook mee aan een deel van Raga for the Rainy Season / A Love Supreme (2005) waarin Indische muziek wordt samengebracht met John Coltrane.
D’un soir un jour (2006) is een grote creatie op muziek van Debussy en Stravinsky. De residentie van Rosas in De Munt wordt besloten met Bartók / Beethoven / Schönberg Repertory Evening (2006) en Steve Reich Evening (2006). Voor de performance Keeping Still Part 1 (2007) werkt Anne Teresa de Keersmaeker samen met beeldend kunstenaar Ann Veronica Janssens. Sister (2007) is een choreografie van ex-RosasdanserVincent Dunoyer op basis van herinnerde citaten uit De Keersmaekers danstaal. De solo wordt gedanst door Dunoyer en vervolgens door De Keersmaeker zelf. In Zeitung (2008) kiest Anne Teresa De Keersmaeker opnieuw voor muziek van Johann Sebastian Bach, Arnold Schönberg en Anton Webern. De voorstelling wordt geconcipieerd in samenwerking met Alain Franco, die de muziek live vertolkt op piano. The Song (2009) is een samenwerking met beeldend kunstenaars Ann Veronica Janssens en Michel François. Tien dansers - negen mannen en een vrouw - staan er opgesteld in een kaal speelvlak. De scène is gestript tot op de elementaire onderdelen van het theater: licht, geluid en beweging. Hoewel de muziek van The Beatles het onderliggend framework van deze voorstelling vormt, speelt The Song zich bijna volledig in stilte af. In februari 2010 creëert De Keersmaeker samen met Jérôme Bel 3Abschied, een voorstelling rond Der Abschied, het laatste gedeelte van Das Lied von Der Erde van Gustav Mahler. Op 9 juli 2010 ging de voorstelling En Atendant in première in het Cloître des Célestins in Avignon.