Confronterende strijdbaarheid

Once werd gecreëerd op 27 november 2002 in de Rosas Performance Space. Twintig jaar na Violin Phase, haar eerste solo, stond Anne Teresa De Keersmaeker opnieuw alleen op de scène. Op het klankdecor van de ballades en protestsongs uit Joan Baez in Concert Part 2 maakte Anne Teresa De Keersmaeker een even persoonlijke als universele voorstelling. Ze doet beroep op een bijna veertig jaar oude LP om haar diepste gedachten en vragen over de relatie van een individu met de zich omringende wereld te confronteren met de trillende stem van de geëngageerde pacifiste en sixties-icoon Baez.

 
"Once," zegt de danseres, op het moment dat ze de scène betreedt. Once s ook het eerste woord van de eerste song die weerklinkt. Once, vroeger. Anne Teresa De Keersmaeker hoorde het album Joan Baez in Concert Part 2 voor het eerst in haar kinderjaren. Het was een geschenk bij de geboorte van haar zus. Hoewel ze aanvankelijk niets van de teksten begreep, werd ze meteen gegrepen door de melodieën en door de stem van Joan Baez. Het is deze intussen talloze keren afgespeelde LP die de basis vormt voor de choreografie Once, die door Anne Teresa De Keersmaeker zelf wordt gedanst. Once is – na Violin Phase (1981) en Solo for Vincent (1997) – de derde solo van de choreografe in het repertoire van haar dansgezelschap Rosas.
Deze danssolo legt een link tussen de persoonlijke sfeer en het openbare leven, en tussen het verleden en het heden. Anne Teresa De Keersmaeker staat, net zoals veertig jaar geleden Joan Baez in het concert van 1963, helemaal alleen op de scène. Met haar dans levert ze een actuele commentaar bij Baez’ songs van toen, en bij de toenmalige en de huidige politieke situatie. Daarbij laat ze de plaat van aan het begin tot het einde horen, zij het met doelbewuste ingrepen, en gaat ze in bewegingen, gebaren en mimiek een dialoog aan met Baez’ doordringende stem, met de teksten en met de melodieën (folksongs, ballads, lovesongs en protestliederen).
In sommige passages geeft de danseres zich volledig over aan de klankstroom, of verbeeldt ze met vertellende bewegingen de gezongen woorden; vervolgens zet ze zich af tegen de harmonieën en formuleert ze een gedanste commentaar bij de teksten. De Keersmaeker danst ook op de gesproken woorden van Baez, en op het applaus, als was dit alles muziek. Meermaals trekt ze zich terug op de rand van de scène, om plaats te laten aan de stem en de teksten, die op de achterwand van de scène worden geprojecteerd. Op de momenten dat Baez’ stem bijzonder doordringend klinkt, zwijgt haar lichaam vol spanning, maar ze laat de muziek uitfaden wanneer de inhoud om een nieuwe interpretatie vraagt.
Er ligt een lange tijd tussen de solo-optredens van beide artiesten, en de tijden zijn veranderd. De utopieën van de pacifistische beweging uit de jaren zestig, waarvan Joan Baez het icoon was, zijn gebroken, en het geweld duurt onverminderd voort. De songs die Baez destijds live zong en waarop De Keersmaeker nu danst, hebben hun eigen geschiedenis en hun eigen verhalen; deze reiken verder terug in de tijd, en strekken zich tegelijkertijd uit tot in onze hedendaagse wereld. De specifieke structuur van Once speelt in op deze historische veelgelaagdheid en biedt het publiek een reflectieruimte, waarin de vele verbanden in al hun complexiteit voelbaar worden.
Een duidelijk voorbeeld daarvan is de song We shall overcome, die Joan Baez in 1963 voor een publiek van 250.000 mensen zong en die uitgroeide tot het lijflied van de burgerrechtenbeweging. Het lied werd echter reeds sinds 1945 gezongen door stakende tabaksarbeiders, en later door Chinese studenten en Zuid-Afrikaanse strijders tegen de Apartheid. Ook bij de herdenkingen voor de slachtoffers van de terreuraanslagen van 11 september werd We shall overcome door het Harlem Boys and Girls Choir gezongen in het Yankee Stadium van New York, een evenement dat live op tv werd uitgezonden. Zo is de meezingende massa sinds 1963 enkel maar groter geworden…
Anne Teresa De Keersmaeker reageert op dit lied door, via de muziek, deze historisch vastliggende context van zich af te duwen. Tegenover de massa(media)gebeurtenis plaatst ze een demonstratieve intimiteit; ze wendt zich af als kan ze het niet aanzien, laat de muziek langzaam uitfaden en begint zelf te zingen. Zo confronteert ze de krachtige stem van Joan Baez met haar eigen fragiele zang en met bewegingen, die voortdurend van uitdrukking veranderen; een zuiver uitgevoerde beweging vervalt tot wankelen. Daarmee demonstreert de danseres choreografe dat eenduidige politieke boodschappen zoals die van Baez vandaag niet meer houdbaar zijn.
Maar De Keersmaeker gaat nog verder, door in te grijpen in de dramaturgische opbouw van het album Joan Baez in Concert Part 2. Op het moment dat de muziek eigenlijk gedaan is, voegt de choreografe een song toe, die op de plaat werd weggelaten. Daardoor confronteert ze twee politieke songs rechtsreeks met elkaar. De LP eindigt met The Battle Hymn of the Republic, het strijdlied van de noordelijke staten in de Amerikaanse Burgeroorlog, dat – in de naam van God – een oproep is tot martelaarschap in de vrijheidsoorlog. In de danssolo Once wordt hierachter Bob Dylans With God on our Side geplaatst. De tekst van Dylan relativeert op subversieve wijze de woorden van The Battle Hymn. Dylan ontmaskert de manier waarop beroep wordt gedaan op God als een gebaar dat in eender welke context kan worden herhaald, en beëindigt zijn song met de woorden: "If God’s on our side / He’ll stop the next war."
De Keersmaeker laat haar eigen statement volgen op die van Baez en Dylan. In een wisselend spel met macht en onmacht laat ze oorlogsbeelden over haar ontblote lichaam lopen. Deze bedekken enerzijds het geëtaleerde lichaam, maar anderzijds werpt de danseres er haar schaduw op. Zo is Once een politiek gebaar. Een bewogen en bewegend, pacifistisch teken van volgehouden geweldloosheid.
Christina Thurner