Choreografie
Vincent Dunoyer
 
Uitvoering
Anne Teresa De Keersmaeker, Vincent Dunoyer
 
Muze
Fumiyo Ikeda
 
Choreografisch material
Nicole Balm, Nordine Benchorf, Iris Bouche, Jordi Cassanovas Sempere , Marta Coronado, Oscar Dasi y Perez, Tale Dolven, Natalia Espinet Valles, Alix Eynaudi, Nadine Ganase, Thomas Hauert, John Jasperse, Kitty Kortes Lynch, Marion Levy, Cynthia Loemij, Mark Lorimer, Sara Ludi, Nathalie Million, Anne Mousselet, Roberto Oliván de la Iglesia, Elizaveta Penkóva, Pere Pladevall, Carlotta Sagna, Salva Sanchis, Johanne Saunier, Taka Shamoto, Clinton Stringer, Eduardo Toroja, Rosalba Torres Guerrero, Samantha Van Wissen, Frank Vercruyssen

Dansers Video
Pere Pladevall, Kitty Kortes Lynch, Cynthia Loemij, John Jasperse

Stemmen
Nicole Balm, Jordi Cassanovas Sempere
 
Muziek
F. Schubert, Ständchen, D 920
 
Licht en technische coördinatie
Hans Meijer geassisteerd door / assisté par / assisted by Jitske Vandenbussche

Scenografie 
Vincent Dunoyer
Met dank aan
Herman Sorgeloos
 
Kostuums
Anne-Catherine Kunz
 
Fotografie
Mirjam Devriendt
 
Productieleiding
Hanne Van Waeyenberge
Johan Penson geassisteerd door / assisté par / assisted by Tom Van Aken
 
Productie
Rosas
 
Coproductie
ImpulsTanz Wien
 
Première
14/07/07, ImpulsTanz, Wenen 

Foto's (c) Herman Sorgeloos
Vincent Dunoyer liep van 1990 tot 1994 sterk in de kijker als performer van Rosas en ging nadien zijn eigen weg als choreograaf. De laatste tien jaar ontwikkelde hij een merkwaardig consistent oeuvre. Zijn solo’s en duetten stellen steeds weer dezelfde vragen aan de orde. Vooreerst is er de vraag of de dans op het podium geboren wordt of dat pas de toeschouwer de dans echt voltooit door zijn blik? Verder vraagt Dunoyer zich af of de ervaring van de dans eerder door de uitvoering, of eerder door de choreografie bepaald wordt? En tenslotte bevraagt hij zich over de betekenis en de rol van de beelden, zoals foto’s, die achterblijven eens de dans verdwenen is. Het mooie is dat Dunoyer die vragen niet stelt op een theoretische manier, maar ze uit de praktijk zelf van het maken van stukken, als het ware terloops, op een poëtische manier, laat opduiken. De vragen die Dunoyer stelt bestaan niet buiten zijn werk, maar insisteren in het werk.